Nagalmtijd (T60) is de tijd waarin het geluid na het stoppen van de bron 60 dB daalt. Voor een ingerichte vergaderruimte is 0,6 seconde een gangbare richtwaarde, voor een open kantoor 0,5 seconde. Een vergaderruimte met een kaal betonplafond zit vaak op 1,3 seconde. Een meting kost € 395 en wordt verrekend bij opdracht.

Wat is nagalmtijd?
De nagalmtijd, afgekort T of T60 (Engels: RT60), is de tijd die het geluidniveau in een ruimte nodig heeft om 60 dB te dalen nadat de geluidsbron is gestopt. Een daling van 60 dB betekent dat nog een miljoenste van de oorspronkelijke geluidsenergie over is, zo rekent de Duitse DGUV voor in de handleiding bij haar rekentool voor DIN 18041. In gewone taal: zo lang blijft een stem, een klap of een vallende pen in de ruimte hangen.
Het getal zegt veel over hoe een ruimte voelt. Een vergaderruimte met een kaal betonplafond en gestucte wanden zit al snel op 1,2 tot 1,5 seconde. Woorden lopen dan in elkaar over en mensen gaan harder praten. Met voldoende absorptie zakt dezelfde ruimte naar ongeveer 0,6 seconde en is een gesprek aan de andere kant van de tafel zonder moeite te volgen.
T20, T30 en T60: drie namen voor dezelfde maat
Een volle daling van 60 dB is in een kantoor zelden te meten. Het achtergrondgeluid van ventilatie, verkeer en apparatuur ligt daarvoor te hoog. Daarom meet men een kleiner stuk van de uitsterfcurve en rekent dat om. Bij T20 wordt de tijd voor 20 dB daling maal 3 genomen, bij T30 de tijd voor 30 dB daling maal 2. Beide zijn dus een schatting van T60, op voorwaarde dat het geluid gelijkmatig uitsterft.
De internationale meetnorm voor gewone ruimten is ISO 3382-2, in Nederland uitgegeven als NEN-EN-ISO 3382-2. Het Programma van Eisen Frisse Scholen 2025 en het Handboek Bouwfysische Kwaliteit Gebouwen van de NVBV verwijzen voor de bepaling van de nagalmtijd naar NEN 5077. Frisse Scholen vraagt daarbij expliciet om T30. Liggen T20 en T30 in een meting ver uit elkaar, dan sterft het geluid niet gelijkmatig uit. Dat ziet u bijvoorbeeld in een lange gang of in een ruimte waar alle absorptie op één vlak zit.
De formule van Sabine
De formule van Sabine is de basis van vrijwel elke akoestische berekening voor kantoren: T = 0,161 x V / A. V is het volume van de ruimte in m³, A de totale absorptie in m² Sabine. A is de som van elk oppervlak maal zijn absorptiecoëfficiënt alpha, een getal tussen 0 (alles weerkaatst) en 1 (alles geabsorbeerd). Een m² materiaal met alpha 1 telt dus als 1 m² Sabine. Duitse bronnen rekenen met 0,163 in plaats van 0,161; dat verschil valt in de praktijk weg tegen de meetonzekerheid.
Rekenvoorbeeld: een vergaderruimte van 6 x 4,5 x 2,8 m heeft een volume van 76 m³. Met een onbehandeld betonplafond, gestucte wanden en een pvc-vloer telt de ruimte ongeveer 9,1 m² Sabine. T = 0,161 x 76 / 9,1 = 1,3 seconde. Voor 0,6 seconde is 20,3 m² Sabine nodig, dus 11,2 m² extra.
Die extra absorptie is in dit voorbeeld te halen met 9 m² wandpanelen en 6 m² plafondpanelen. Wie een eigen ruimte wil doorrekenen, gebruikt de rekenhulp op nagalmtijd berekenen: afmetingen en materialen invullen, en u ziet de nagalmtijd nu en de benodigde m² absorptie.
Wanneer Sabine afwijkt: de formule van Eyring
Sabine gaat uit van een diffuus geluidsveld: geluid dat gelijkmatig alle kanten op kaatst. In ruimten met veel absorptie klopt dat niet meer en voorspelt Sabine een te lange nagalmtijd. Carl Eyring (Bell Labs, 1930) paste de formule daarvoor aan: T = -0,161 x V / (S x ln(1 - a)). S is het totale oppervlak van de ruimte, a de gemiddelde absorptiecoëfficiënt.
Het verschil wordt duidelijk in het uiterste geval. Absorbeert elk vlak alles (a = 1), dan geeft Sabine nog steeds een kleine nagalmtijd, terwijl Eyring naar nul gaat. Dat laatste klopt: een ruimte die alles opslokt, galmt niet. Voor een gemiddeld kantoor met wat panelen liggen beide uitkomsten dicht bij elkaar. Bij een sterk gedempte ruimte, zoals een concentratiecel, rekent Eyring nauwkeuriger.
Beide formules hebben dezelfde zwakte in lage, brede ruimten zoals een open kantoor. Daar sterft geluid niet gelijkmatig uit en zegt één nagalmtijd weinig over hoe ver een gesprek draagt. De norm voor open kantoren werkt daarom met andere maten; zie ISO 3382-3 voor het open kantoor.
Waarom één getal niet het hele verhaal is
Nagalmtijd verschilt per toonhoogte. Daarom wordt hij per octaafband gemeten, meestal van 125 tot 4000 Hz, en voor een streefwaarde gemiddeld over een aantal banden. Welke banden dat zijn, verschilt per document.
| Document | Toepassing | Gemiddeld over |
|---|---|---|
| PvE Frisse Scholen 2025 | Leslokaal | 250 t/m 2000 Hz (T30); bij klasse A en B mag 125 Hz maximaal 30% afwijken |
| Handboek Bouwfysische Kwaliteit Gebouwen (NVBV) | Kantoren | 250 t/m 2000 Hz; tot 25 m² mag 125 Hz maximaal 1,2 maal het gemiddelde zijn |
| ISO 22955:2021 | Open kantoor | 250 t/m 4000 Hz, plus een aparte aanbeveling voor 125 Hz |
| DIN 18041 groep B | Kantine, receptie, wachtkamer | 250 t/m 2000 Hz |
| Bbl artikel 4.111 | Verkeersruimte in een woongebouw | 250, 500, 1000 en 2000 Hz |
De lage tonen zijn het probleem dat niemand ziet. Dun vilt direct op de wand dempt vooral hoge tonen. Volgens fabrikantgegevens absorbeert 9 mm PET-vilt bij 125 Hz vrijwel niets en bij 2000 Hz ruim twee derde. Een ruimte kan daardoor op papier goed scoren en toch dreunen. Een meting per octaafband laat dat direct zien.
Welke nagalmtijd is goed per ruimte?
Het Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl) stelt geen eis aan de nagalmtijd van kantoren, scholen of zorgruimten. De waarden hieronder zijn richtlijnen uit vakdocumenten, en voor scholen een programma van eisen dat pas bindend wordt als het in een contract staat. Ze gelden voor de ingerichte ruimte.
| Ruimte | Streefwaarde | Bron |
|---|---|---|
| Concentratiecel en belplek | 0,5 seconde | Handboek BKG, categorie 1 |
| Vergaderruimte | 0,6 seconde | Handboek BKG, categorie 2 |
| Besloten kantoor, 1 tot 4 personen | 0,6 seconde | Handboek BKG, categorie 3 |
| Open kantoor | 0,5 seconde | Handboek BKG, categorie 4; ISO 22955:2021 |
| Callcenter | 0,5 seconde | Handboek BKG, categorie 5 |
| Leslokaal, klasse B | 0,6 seconde | PvE Frisse Scholen 2025 |
| Kantine en bedrijfsrestaurant | 0,8 seconde | afgeleid van DIN 18041 groep B3 |
| Receptie en entreehal | 0,8 seconde | afgeleid van DIN 18041 groep B |
Voor een niet ingerichte ruimte noemt het Handboek waarden die 0,1 tot 0,2 seconde hoger liggen. Een lege verdieping die bij oplevering op 0,7 seconde zit, kan na inrichting dus op 0,5 uitkomen. Lager is niet altijd beter: de DGUV waarschuwt in Information 215-443 (2021) dat een open kantoor niet overdempt moet worden, omdat gesprekken van collega's dan juist beter verstaanbaar worden. De volledige lijst met bron per regel staat op nagalmtijd-normen per ruimte.
Hoe een nagalmmeting verloopt
Een meting begint met een korte, harde geluidsimpuls of met ruis uit een meetluidspreker. Een meetmicrofoon registreert hoe het niveau daarna wegzakt, op meerdere posities in de ruimte. Uit die curves volgt per octaafband de T20 of T30. Per ruimte is dat een kwestie van minuten, geen uren.
Bij onze akoestische meting bepalen wij de nagalmtijd per ruimte en het achtergrondgeluid, en inventariseren wij de oppervlakken: vloer, plafond, glas, wanden en meubilair. Daaruit volgt een plan met maatregelen en een vaste prijs. Het rapport heeft u binnen vijf werkdagen. De meting kost € 395 excl. btw en wordt volledig verrekend als u binnen drie maanden opdracht geeft.
Een app op de telefoon geeft een eerste indruk, maar geen meetwaarde per octaafband die u in een programma van eisen, een huurafspraak of een offerte kunt gebruiken.
Van meetwaarde naar maatregel
Het verschil tussen gemeten en gewenste nagalmtijd vertaalt zich via Sabine direct in m² absorptie. Dat getal bepaalt hoeveel akoestische wandpanelen of plafondeilanden nodig zijn. Een plafondeiland van 1200 x 1200 mm telt in onze berekeningen als 2,05 m² Sabine, een m² wandpaneel op een spouw als 0,75. De absorptieklasse van een product helpt bij de keuze, maar zegt niets over de hoeveelheid; lees daarover absorptieklasse en alpha_w.
Waar de absorptie komt, telt ook. In een lage ruimte werkt het plafond het hardst, omdat spraak daar het eerst tegenaan kaatst. In een ruimte met veel glas zijn de wanden net zo belangrijk: geluid blijft anders tussen twee evenwijdige harde vlakken heen en weer gaan.
Herkent u het probleem in uw eigen pand, kijk dan bij galm in kantoor wat de gebruikelijke oorzaken zijn, of vraag direct een projectaanvraag aan.
Veelgestelde vragen
Wat is een goede nagalmtijd voor een kantoor?
Voor een ingerichte vergaderruimte en een besloten kantoor is 0,6 seconde een gangbare richtwaarde uit het Handboek Bouwfysische Kwaliteit Gebouwen. Voor een open kantoor en een callcenter is dat 0,5 seconde. Het zijn richtlijnen: het Bbl stelt voor kantoren geen eis aan de nagalmtijd.
Hoe berekent u de nagalmtijd?
Met de formule van Sabine: T = 0,161 x V / A, met V het volume in m³ en A de absorptie in m² Sabine. A is de som van elk oppervlak maal zijn absorptiecoëfficiënt. In ruimten met veel absorptie rekent de formule van Eyring nauwkeuriger.
Wat is het verschil tussen T20, T30 en T60?
T60 is de tijd voor een daling van 60 dB. Omdat die daling in de praktijk zelden te meten is, meet men 20 of 30 dB en rekent dat om: T20 maal 3, T30 maal 2. Bij een gelijkmatig uitstervend geluid geven ze dezelfde uitkomst.
Telt een volle ruimte anders dan een lege?
Ja. Mensen absorberen geluid: een staand persoon bij 1000 Hz tussen ongeveer 0,4 m² Sabine in zomerkleding en 1,4 m² in een wintermantel, volgens Baunetzwissen. Frisse Scholen meet daarom in een ingerichte ruimte zonder personen, zodat de uitkomst niet van de bezetting afhangt.
Kan ik de nagalmtijd zelf meten?
Een app geeft een eerste indruk. Voor een waarde die u in een programma van eisen of offerte kunt gebruiken, is een meting per octaafband volgens NEN 5077 of ISO 3382-2 nodig. Onze meting kost € 395 en wordt verrekend bij opdracht.