Het Bbl stelt geen eis aan de nagalmtijd van kantoren, scholen of zorggebouwen; de enige galmregel geldt voor verkeersruimten in woongebouwen. Wel geregeld zijn gevelwering voor onderwijs en zorg, installatiegeluid, 52 dB isolatie naar de buren en de brandklasse van wand en plafond. Een meting kost € 395.

Het Bbl in het kort
Het Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl) geldt sinds 1 januari 2024, toen de Omgevingswet in werking trad. Het is de opvolger van het Bouwbesluit 2012. Wij hebben de versie gelezen die geldt vanaf 24 september 2026. Voor akoestiek zijn vier hoofdstukken van belang: hoofdstuk 3 voor bestaande bouw, hoofdstuk 4 voor nieuwbouw, hoofdstuk 5 voor verbouw en hoofdstuk 6 voor het gebruik.
De geluidsregels voor nieuwbouw staan in afdeling 4.3: geluidwering van de gevel, installatiegeluid, galm en geluidwering tussen ruimten. Daarnaast raken de brandregels in paragraaf 4.2.7 direct aan akoestische panelen, omdat die op wand en plafond komen.
Geen nagalmeis voor kantoor, onderwijs en zorg
Voor kantoren stelt het Besluit bouwwerken leefomgeving geen eis aan de nagalmtijd. Goede akoestiek is dus een keuze van de gebruiker, niet van de wetgever. Hetzelfde geldt voor onderwijs, gezondheidszorg en kinderopvang.
De enige galmregel in het Bbl staat in artikel 4.110 en 4.111, en geldt alleen voor besloten gemeenschappelijke verkeersruimten van woongebouwen, zoals een trappenhuis of galerij. Daar moet de absorptie minimaal 1/8 van het volume zijn, in m² per m³, in de octaafbanden 250 tot en met 2000 Hz, bepaald volgens NEN-EN 12354-6. Wie dat getal in een kantooradvies ziet terugkomen, krijgt een regel voor woningbouw voorgeschoteld.
Streefwaarden voor kantoren staan in vakdocumenten, zoals het Handboek Bouwfysische Kwaliteit Gebouwen van de NVBV. Een overzicht met bron per ruimte vindt u op nagalmtijd-normen per ruimte.
Overzicht: wat het Bbl per functie regelt
| Onderwerp (artikel) | Kantoor | Onderwijs | Zorg | Kinderopvang |
|---|---|---|---|---|
| Nagalm (4.110, 4.111) | geen eis | geen eis | geen eis | geen eis |
| Geluidwering gevel (4.101 t/m 4.105) | geen eis | minimaal 20 dB | minimaal 20 dB | minimaal 20 dB |
| Installatiegeluid naar de buren (4.107, 4.108 lid 1) | maximaal 30 dB | maximaal 30 dB | maximaal 30 dB | maximaal 30 dB |
| Installatiegeluid in eigen ruimten (4.108 lid 2) | geen eis | maximaal 35 dB | geen eis | maximaal 35 dB |
| Luchtgeluidisolatie naar de buren (4.113, 4.114) | minimaal 52 dB | minimaal 52 dB | minimaal 52 dB | minimaal 52 dB |
| Contactgeluid (tabel 4.112) | maximaal 59 dB | maximaal 59 dB | maximaal 59 dB | maximaal 59 dB |
| Brandklasse wand en plafond (4.43) | D, B in extra beschermde vluchtroute, rook s2 | idem | B ook in beschermde vluchtroute bij bedgebied | B ook in beschermde vluchtroute onder 4 jaar |
Kinderopvang valt in het Bbl onder de bijeenkomstfunctie. De waarden gelden voor nieuwbouw; voor bestaande bouw en verbouw gelden andere regels, zie verderop.
Het Bbl werkt per gebruiksfunctie, niet per gebouw. Een kantoorgebouw met een kinderdagverblijf op de begane grond en een huisartsenpraktijk op de eerste verdieping heeft dus per deel andere eisen. Wie een verdieping ombouwt van kantoor naar onderwijs of zorg, krijgt er eisen bij die voor het kantoor niet golden, zoals de gevelwering van 20 dB en het installatiegeluid van 35 dB in de eigen ruimten.
Geluidwering van de gevel
Voor een kantoor stelt het Bbl geen eis aan de geluidwering van de gevel: alle leden van tabel 4.101 zijn voor de kantoorfunctie niet van toepassing. Ook sport-, winkel- en industriefuncties hebben geen eis. Voor onderwijs, gezondheidszorg en kinderopvang wel: de karakteristieke geluidwering van de uitwendige scheidingsconstructie van een verblijfsgebied is minimaal 20 dB, bepaald volgens NEN 5077 (artikel 4.102). Ligt het gebouw aan een drukke weg, spoorlijn of industrieterrein, dan gelden volgens artikel 4.103 hogere eisen.
Een kantoor aan de ringweg mag dus wettelijk het verkeer binnenlaten. Of dat verstandig is, is een andere vraag. Het Handboek BKG noemt voor buitengeluid binnen een vergaderruimte minder dan 35 dB en voor werkplekken minder dan 40 dB.
Installatiegeluid
Installaties mogen in een verblijfsgebied op een aangrenzend perceel maximaal 30 dB veroorzaken (artikel 4.107 lid 1), en in een aangrenzende woning op hetzelfde perceel ook maximaal 30 dB (artikel 4.108 lid 1). Dat geldt voor alle functies, ook kantoren.
Binnen de eigen gebruiksfunctie stelt het Bbl alleen voor onderwijs en kinderopvang een eis: maximaal 35 dB. In een kantoor mag een luchtbehandelingskast in de eigen vergaderruimte dus wettelijk elk niveau hebben. Het Handboek BKG noemt 35 dB voor vergader- en spreekruimten en 40 dB voor open werkplekken. Zie installatiegeluid op kantoor.
Geluidwering tussen ruimten
Naar een verblijfsgebied van een andere gebruiksfunctie op een ander perceel moet de luchtgeluidisolatie minimaal 52 dB zijn (artikel 4.113 lid 1), en naar een woning op hetzelfde perceel ook (artikel 4.114 lid 1). Voor contactgeluid geldt maximaal 59 dB.
Binnen dezelfde kantoor- of onderwijsfunctie stelt het Bbl geen eis aan geluidisolatie. Twee spreekkamers naast elkaar in uw eigen kantoor, of twee lokalen van dezelfde school, mogen wettelijk alles van elkaar horen. Die eisen komen uit programma's van eisen zoals Frisse Scholen of het Handboek BKG. Akoestische panelen lossen dit niet op: zie geluidsabsorptie of geluidsisolatie.
Brandveiligheid van wand en plafond
Hier stelt het Bbl wel harde eisen die voor akoestiek gelden. Artikel 4.43 vraagt voor binnenoppervlakken de brandklasse uit tabel 4.42 en rookklasse s2, beide volgens NEN-EN 13501-1. In een kantoor is dat klasse D, en klasse B in een extra beschermde vluchtroute. Akoestische panelen kunnen daarnaast onder de regels voor aankleding in artikel 6.14 vallen. De uitwerking staat op brandklasse van akoestische panelen.
Ook voor ventilatie geldt een getal: in een verblijfsgebied van een kantoor minimaal 6,5 dm³/s per persoon (23,4 m³/h), in onderwijs 8,5 dm³/s, bepaald volgens NEN 1087 (artikel 4.121 en 4.122).
Bestaand gebouw, verbouw en huur
Voor bestaande gebouwen geldt hoofdstuk 3, met lagere eisen dan nieuwbouw. Bij een verbouwing gelden de nieuwbouwregels met het rechtens verkregen niveau als ondergrens. Het Arbobesluit (artikel 6.2) legt een verband: voor arbeidsplaatsen in een gebouw moet het gebouw voldoen aan het Bbl voor de betreffende gebruiksfunctie.
Bij huur ligt de akoestiek meestal niet bij de verhuurder. Een casco opgeleverde verdieping voldoet aan het Bbl en kan toch 1,4 seconde nagalmen. Leg dus vast wie wat doet; zie akoestiek in een huurpand.
Wat dit betekent voor wie een kantoor inricht
Omdat de wet zwijgt, moet u zelf kiezen. Leg een richtwaarde per ruimte vast, bijvoorbeeld 0,6 seconde voor vergaderruimten en 0,5 seconde voor open werkplekken, en zet die in een akoestisch programma van eisen. Dan kan een leverancier erop worden afgerekend. Hinderlijk geluid hoort daarnaast in de RI&E; zie akoestiek en Arbo.
Begin met meten. Een akoestische meting van € 395 legt vast waar u nu staat, per ruimte, en wordt verrekend als u binnen drie maanden opdracht geeft.
Veelgestelde vragen
Stelt het Bbl een eis aan de nagalmtijd van een kantoor?
Nee. De enige galmregel in het Bbl (artikel 4.110 en 4.111) geldt voor gemeenschappelijke verkeersruimten van woongebouwen. Voor kantoor, onderwijs en zorg bestaat geen wettelijke nagalmeis.
Moet een kantoor geluidwering van de gevel hebben?
Volgens het Bbl niet: tabel 4.101 is voor de kantoorfunctie niet van toepassing. Voor onderwijs, zorg en kinderopvang geldt minimaal 20 dB, en meer bij weg-, spoorweg- of industriegeluid.
Is er een wettelijke eis voor geluidisolatie tussen vergaderruimtes?
Niet binnen dezelfde kantoorfunctie. Het Bbl stelt alleen 52 dB naar ruimten van een andere gebruiksfunctie op een ander perceel en naar woningen. Isolatie tussen eigen ruimten regelt u via een programma van eisen.
Geldt het Bbl ook voor een bestaand kantoor?
Ja, maar dan hoofdstuk 3 voor bestaande bouw, met lagere eisen. Bij een verbouwing gelden de nieuwbouwregels met het rechtens verkregen niveau als ondergrens.
Waar staan de akoestische eisen voor kantoren dan wel?
In vakdocumenten die u zelf van toepassing verklaart: het Handboek Bouwfysische Kwaliteit Gebouwen, ISO 22955 voor open kantoren en ISO 3382-3 als meetmethode. Via de RI&E komt hinderlijk geluid ook in het arbobeleid.